Reportage over de tweede nascholingsdag Opleiding Forensische Verpleegkunde

Terug naar overzicht

Categorie: Forensische Polikliniek Kindermishandeling

Gepubliceerd op 26-09-2016

Op 1 september organiseerde de FPKM een nascholingsdag voor afgestudeerde studenten van de Opleiding Forensische Verpleegkunde. Het doel van de dag was tweeledig: ten eerste om aan de hand van een casus te leren wanneer er sprake is van een strafbaar feit en ten tweede om als forensisch verpleegkundige een keer in de huid van een ketenpartner te kruipen.

De nascholing werd gehouden op de Politieacademie in Apeldoorn. Volgens Sandra Nootenboom, forensisch verpleegkundige van de FPKM en een van de organisatoren, was de animo voor de dag groot. ‘Er konden 18 mensen meedoen, maar we hadden de dubbele hoeveelheid aanmeldingen,‘ legt ze uit.

Een van de deelnemers was Claudia Costa, een ambulance verpleegkundige en aandachtfunctionaris kindermishandeling in de regio Limburg-Zuid. ‘Ik hoop dat ik tijdens deze dag een deel van de theorie die ik bij de Opleiding Forensische Verpleegkunde heb geleerd in praktijk kan brengen. Ik zou bijvoorbeeld graag meer praktische kennis hebben van forensische opsporing en letselbeschrijving,’ vertelde ze aan het begin van de dag.

Eerst kregen de deelnemers in een zaaltje de casus te horen waar ze zich over moesten buigen. Die begon met een melding bij 112. Een vader – gespeeld door een acteur – vertelde in paniek dat zijn zoon van de trap was gevallen. De deelnemers verplaatsten zich vervolgens naar buiten en wachtten bij een speciaal daarvoor ingerichte plaats delict op de ambulance. Toen die met gillende sirenes aan kwam rijden, stormde de vader naar buiten en vroeg de ambulancemedewerkers om zo snel mogelijk naar zijn zoon te komen kijken die in een vreemde houding onderaan de trap lag. Vervolgens werd het lichaam van de jongen – in werkelijkheid een geschminkte pop - naar de ambulance gebracht. Later kwam het bericht dat de jongen niet meer gereanimeerd kon worden en was overleden.

Wat was er gebeurd? Dat was de belangrijkste vraag van de dag. Om alvast wat meer informatie over het leven van vader en zoon te krijgen, mocht iedereen een kijkje nemen in de tot crime-scene nagebouwde plaats delict. Daar viel meteen op dat er een grote hoeveelheid lege bierblikjes in de vuilnisbak lag. Een eerste signaal dat er misschien meer aan de hand was, dan alleen een val van de trap.

Vervolgens werden de deelnemers verdeeld in drie groepen. Er was een rode groep die onder leiding van Lonneke van Duurling, forensisch arts en directeur van de FPKM, de letsels van het overleden kind ging onderzoeken. Er was een blauwe groep die onder begeleiding van forensisch rechercheur Dick Amptmeijer op zoek ging naar sporen van het ongeluk op de plaats delict. Dan was er nog een gele groep die in de rol van een tactische politierechercheur kroop en alle betrokkenen moest verhoren.

De gele groep werd geleid door Heloïse Noordkamp, verantwoordelijk voor het zedenonderwijs op de Politieacademie Apeldoorn. Er werd gezamenlijk besloten om zowel de vader als de ambulancemedewerkers te verhoren. Noordkamp gaf tips over het stellen van vragen. ‘Denk eraan dat je tijdens een verhoor iemand niet mag beïnvloeden,’ benadrukte ze.

‘Moeilijk hoor, ik krijg steeds meer respect voor rechercheurs,’ verzuchtte een van de deelnemers.

Na de lunch kwam iedereen weer bij elkaar en werd er uitgewisseld. De rode groep had het kind onderzocht en verschillende letsels gevonden, waaronder letsel bij het oog. Lonneke van Duurling vond dat laatste verdacht. ‘Je zou kunnen stellen dat een val van de trap een aantal letsels kan verklaren, maar dat de combinatie van deze letsels niet verklaard kan worden door een val van de trap,’ meende ze. De blauwe groep had sporenonderzoek in de woning gedaan en onder meer ontdekt dat er veel lege bierflesjes waren en dat in de woonkamer glasscherven lagen. Langzaam maar zeker kwam de vader als verdachte in beeld en werd er besloten om officier van justitie Nelleke Eken-de Vos in te schakelen. Zij legde uit wat de rol van een officier van justitie was in dit soort zaken en zette alle informatie nog eens op een rijtje: ‘Deze situatie baart mij zorgen,’ concludeerde zij.

Om vier uur ‘s middags werden de rapportages van alle groepen aan het OM gepresenteerd, dat op basis daarvan besloot om de vader te vervolgen. Pas een uur later vielen alle puzzelstukken in elkaar, want toen werd een film vertoond met een reconstructie van de werkelijke gebeurtenissen tussen vader en zoon op de plaats delict eerder die dag.

De meeste deelnemers waren enthousiast over deze opzet. Ambulance medewerker Claudia Costa zei: ‘Ik zat in het groepje dat zich bezig hield met de forensische opsporing. Dat was erg leuk en wat mij betreft hadden er nog meer sporen mogen zijn. Wat ik echt een meerwaarde vond was de aanwezigheid van een officier van justitie. Zij plaatste alle informatie in een juridisch kader en dat gaf weer een heel nieuw perspectief. Ik vond het een geslaagde dag.’

De tweede nascholingsdag van de FPKM was het resultaat van een unieke samenwerking tussen de Politieacademie Apeldoorn, het Openbaar Ministerie Rotterdam, de Ambulancedienst RAV Hollands Midden en de Forensische Polikliniek Kindermishandeling.


Terug naar overzicht