FARE

FARE staat voor Forensische Ambulante Risico Evaluatie. De FARE is een risicotaxatie- en behandelevaluatie-instrument voor cliënten van 18 jaar en ouder die vanwege (dreigend) delictgevaar, vrijwillig of gedwongen, in forensische ambulante zorg zijn. De FARE kent twee doelen:

1. Het inschatten van een actuarieel en klinisch recidiverisico.

2. Het monitoren van veranderingen in de dynamische risicofactoren en het recidiverisico gedurende de behandeling.

De FARE is het resultaat van een samenwerkingsverband tussen vier forensische poliklinieken (Het Dok, de Waag, De Tender en Kairos), de Universiteit van Amsterdam en Tilburg University.

De totstandkoming van de FARE

De items van de FARE zijn gebaseerd op een multi-method studie bestaande uit een meta-analyse, secundaire data-analyses, een veldstudie met vertegenwoordigers uit het ambulante veld en een pilotonderzoek naar de eerste gebruikerservaringen en de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid. De verslaglegging hiervan is te vinden op de KFZ website (www.kfz.nl) en op de FARE website (www.fare-ambulant.nl).

Inhoud van de FARE

De FARE bestaat uit 6 statische en 11 dynamische risicofactoren. Statische factoren hebben betrekking op in principe ‘onveranderbare’ kenmerken, zoals de leeftijd waarop het eerste delict werd gepleegd en het justitiële verleden. Het is gebleken dat statische factoren vooral succesvol zijn in het voorspellen van delictgedrag op langere termijn en niet of nauwelijks beïnvloedbaar zijn door interventie. De risicotaxatie op basis van statische factoren geeft zicht op de mate waarin crimineel gedrag onderdeel uitmaakt van de levensloop van de cliënt. Dynamische risicofactoren hebben betrekking op de persoon, het gedrag van de persoon (individuele factoren) en op diens sociale en leefsituatie (contextuele factoren). Dynamische risicofactoren zijn door interventie te beïnvloeden. De risicotaxatie op basis van de dynamische risicofactoren biedt richtlijnen voor het formuleren van behandeldoelen, waardoor veranderingen in het recidiverisico worden bewerkstelligd.

Alle items van de FARE worden gescoord op een 5-puntsschaal (0-4) die opbouwt van potentiële bescherming (afwezigheid van risico/aanwezigheid van bescherming) naar ernstigere grensoverschrijdende gedragingen/houding of situaties (aanwezigheid van risico/afwezigheid van bescherming). In de handleiding staan bij elk item de indicatoren uitgewerkt die voor de beantwoording van het betreffende item van belang zijn. Deze zijn zoveel mogelijk ondersteund door concrete voorbeelden.

Gebruikerservaringen van de FARE

Werkwijze. Er werd een pilot uitgezet onder de deelnemende poliklinieken met als doel een eerste indruk te krijgen van de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid, de praktische bruikbaarheid en de klinische meerwaarde van de FARE. Ten behoeve van het vaststellen van de praktische bruikbaarheid en de klinische meerwaarde werd een evaluatieformulier ontwikkeld dat vragen bevatte over onder andere de invultijd, de toelichting bij de items (indicatoren) en het onderscheidend vermogen van de antwoordcategorieën.

Resultaten. In totaal scoorden 14 behandelaars bij zeven cliënten de FARE onafhankelijk van elkaar. Over het algemeen kan worden gesteld dat de overeenstemming op de items goed is. Daar waar de indicatoren en de antwoordcategorieën onvoldoende waren, zijn deze aangescherpt in versie 1.0.

Het evaluatieformulier werd ingevuld door 16 behandelaars. Gemiddeld waren de behandelaars 60 minuten bezig met het voorbereiden (lezen dossier) en invullen van de FARE. Het onderscheid tussen de antwoordcategorieën werd over het algemeen als goed beoordeeld, maar kon bij sommige items worden aangescherpt.

Ten aanzien van de meerwaarde van de FARE voor het opstellen van behandeldoelen bleek dat ruim 80% van de behandelaars vond dat de items in de FARE voldoende aanknopingspunten bieden voor de ambulante behandeling en dat het ook mogelijk is om op basis van de FARE behandeldoelen te formuleren. De klinische meerwaarde van de FARE kwam dus ook tot uitdrukking in de verslaglegging van de uitkomsten ten behoeve van bijvoorbeeld het maken van een behandelplan, het bespreken van de voortgang met de cliënt en andere betrokkenen en de terugkoppeling aan verwijzer.

Vervolgonderzoek FARE

In samenwerking met de Waag, Kairos, Tender, het Dok, de Universiteit van Amsterdam en Tilburg University, wordt de FARE in 2017-2018 gevalideerd (KFZ call 2017-64). Het doel van het vervolgonderzoek naar de FARE is om een aantal psychometrische eigenschappen van de FARE te onderzoeken. Het onderzoek wordt opgedeeld in twee fasen waarbij in fase 1 de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en de convergente validiteit worden onderzocht en in fase 2 de predictieve validiteit van de FARE. Specifieke onderzoeksvragen voor de fasen zijn:

Fase 1 (Beoogde oplevering deelproduct fase 1: Q3 2018)

• Wat is de overeenstemming tussen de beoordelaars (interbeoordelaarsbetrouwbaarheid)?

• Wat is de samenhang van de FARE met andere risicotaxatie-instrumenten (RAF GGZ, IFpBE, LS/CMI) die hetzelfde beogen te meten (convergente validiteit)?

• In welke mate worden in de herhaalmetingen met 4 a 5 maanden tussenperioden, veranderingen bij cliënten in kaart gebracht? Zijn er subgroepen cliënten of cliëntprofielen te onderscheiden?

Fase 2 (Beoogde oplevering deelproduct fase 2: Q4 2019)

• Wat is de predictieve validiteit van de factoren in de FARE voor recidive? Onder andere algemene en gewelddadige recidive tijdens en na behandeling op basis van politie-informatie, self-report en CJIB-gegevens.

• Zijn er subgroepen van cliënten en/of cliëntprofielen te onderscheiden en zijn er verschillen in predictieve validiteit tussen subgroepen en/of cliëntprofielen?

• Is er aanleiding om op basis van de data verzameld met de FARE de actuariële risicoschatting bij te stellen?

Het onderzoeksvoorstel (fase 1 en fase 2) werd op 26 juni 2017 goedgekeurd door de Psychologisch Ethische Toetsingscommissie (PETC) van de Universiteit van Tilburg (EC-2017.36). Het definitieve onderzoek is na een pilotperiode van 3 maanden op 1 oktober 2017 van start gegaan.

Gebruikersvereisten en trainingen

De FARE kan worden gebruikt door professionals in het ambulante forensische veld met minimaal een hbo-opleiding, minimaal 2 jaar ervaring in het forensische veld en het forensisch denken, kennis van het Risk-Need-Responsivity(RNR)-model en minimaal 1 jaar ervaring in het verrichten van risicotaxatie. Behandelaars zonder deze ervaring dienen getraind te worden in de FARE. Deze basistraining kan worden gevolgd bij de RINO groep, zie www.rinogroep.nl

Voor professionals die ervaring hebben met risicotaxatie en reeds werkzaam zijn in het forensische veld komt over enkele maanden (mogelijk juni 2018) een ELearning module beschikbaar via GGz Ecademy. Deze online module is gratis te bekijken.

De FARE en ROM-systemen

De FARE is inmiddels ingebouwd in de volgende ROM-systemen en EPD’s: QuestManager (Vital Health), Bergop (Praktikon), ROQUA (UMCG), NET-Q ROM, User Alta (Impuls), Psygis Quarant (Pinkroccade) .

Forensische instellingen die gebruik maken van andere ROM-systemen of EPD’s die interesse hebben in het inbouwen van de FARE kunnen contact opnemen met Joan van Horn (jvanhorn@dfzs.nl / joanvanhorn@gmail.com).

Documenten en websites voor meer informatie

Voor meer informatie over de FARE, haar achtergrond, mogelijke trainingen en het lopend onderzoek kunt u de FARE website bezoeken (www.fare-ambulant.nl) of per e-mail contact opnemen: info@fare-ambulant.nl. De volgende documenten zijn te vinden op de FARE website of KFZ website (KFZ website call 2015-38/39(2)). Indien de informatie elders te vinden is, wordt dit aangegeven.

Implementatiemonitor. De implementatiemonitor is in opdracht van KFZ ontwikkeld door de projectgroep met vertegenwoordigers van de volgende forensische poliklinieken: Kairos, Het DOK, Transfore en de Waag. Projectleiders: Joan van Horn en Stefan Bogaerts. De FARE implementatiemonitor is bedoeld als checklist voor instellingen in het forensische veld om het implementatieproces van de FARE te kunnen starten, volgen en waar nodig bij te sturen.

Vragenlijst Factsheet KFZ Leren & Implementeren. Het project ‘Leren & Implementeren’, is onderdeel van het programma KFZ. Vanuit het project worden diverse activiteiten georganiseerd en tools aangereikt om bekendheid te geven aan de opgeleverde producten, maar ook om het veld te ondersteunen met kennis rond het product, projectmatig werken en implementeren. KFZ leren & implementeren

Factsheet FARE SBG. Stichting Benchmark GGZ (SBG) heeft voor alle aan te leveren meetinstrumenten factsheets ontwikkeld. In deze factsheets kan algemene informatie gevonden worden over het meetinstrument, en daarnaast specifieke informatie over het aanleveren van het meetinstrument aan SBG. Factsheet meetinstrumenten


Terug naar het overzicht